|
Welkom op de website van de
huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel ( DZDNO )
De dienstenstructuur van de huisartsen uit Diever,
Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord, Vledder, Giethoorn en Nijeveen.
U vindt op deze website veel informatie over de
totstandkoming van de huisartsendienstenstructuren in Nederland. Op deze site
zult u voortdurend op de hoogte gehouden worden van nieuwe ontwikkelingen op
dit gebied.
Laatste nieuws:
November 2009
Maart 2008
Document:
Alternatieve
financiering ANW zorg (datum 25 september 2007)
Augustus 2007
ACUTE BEWUSTZIJNSSTOORNISSEN
In het maandblad Huisarts en Wetenschap worden
in de laatste uitgave (augustus 2007 )twee gevallen van acute medische zorg
(bewustzijnsstoornissen) beschreven (auteurs M. A de Meij en I.H Souwer).
Bij de conclusie:
De kern van de huisartsenhulp in spoedeisende
situaties draait om drie keer snel:
- snel naar de patiënt
- snel de belangrijkste maatregelen nemen
- snel zorgen voor definitieve behandeling.
Bij snel naar de patiënt wordt aangegeven, dat
het niet mogelijk is betrouwbare spoedzorg vanuit een huisartsenpost te
leveren zonder het rijden met spoed goed te regelen. Hierbij stellen de
auteurs, dat een aanrijtijd tot maximaal 15 minuten maar acceptabel is. In
de beschreven casussen komt een geval voor, waar 25 minuten op de hulp
gewacht moet worden.
Hierbij wordt het volgende geschreven:
Mevr. Snel moet te lang op hulp wachten. Een
situatie, die in de ogen van de auteurs van het artikel voor de invoering
van de grootschalige dienstenstructuren niet vaak voorkwam, maar nu niet
meer zo zeldzaam is. Huisartsenposten bedienen een veel groter gebied dan de
waarneemgroepen vroegen deden en hebben daarom langere rijtijden. De vraag
dient zich aan hoe je deze tijden zo kort mogelijk kan houden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
DZDNO pleit al vele jaren voor goed bereikbare huisartsenzorg, dag en nacht,
zodat onacceptabele wachttijden voorkomen kunnen worden.
22 juli 2007
Politici over de schaalgrootte in de ANW zorg:
In het augustusnummer van de Huisartsenpost (jaargang 3, nr 2) komen de
vertegenwoordigers van zes politieke partijen aan het woord over hun plannen met
de huisartsenposten.
Wat vinden zij van de schaalgrootte van de huisartsenposten en de daaruit
voortvloeiende bereikbaarheid?
| Partij: |
Kamerleden: |
Huidige bereikbaarheid: |
| VVD |
Edith Schippers |
schiet vaak tekort |
| SP |
Henk van Gerven |
neemt af door grootschaligheid |
| PVDA |
Eelke van der Veen |
is voldoende |
| Christen Unie |
Esmé Wiegman |
boet in door schaalvergroting |
| Groen Links |
Kees Vendrik |
te grote posten werken niet |
| CDA |
Janneke Schermers |
zijn sommige regio's niet te groot? |
De meerderheid van bovengenoemde kamerleden geeft aan, dat schaalvergroting
leidt tot verminderde bereikbaarheid. Het enige kamerlid, die thans daadwerkelijk
initiatieven neemt om iets te doen aan de schaalverkleining is Henk van Gerven. Waar blijven de andere partijen?
Esmé Wiegman geeft in de Huisartsenpost wel
duidelijk aan, dat de huidige financieringsystematiek nu heel erg gericht is op
schaalvergroting. Zij vraag zich of dit niet wat teveel is doorgeslagen. Meer
doelmatigheid vindt ze belangrijk, maar mag van de Christen Unie nooit ten koste
gaan van de kwaliteit. Zij merkt op, dat de financieringstructuur zo zou kunnen
worden aangepast, dat ook kleinschalige huisartsenposten in bijvoorbeeld
plattelandsgebieden weer mogelijk worden.
Het is positief, dat de een aantal kamerleden, niet klakkeloos Minister Klink
napraat in zijn beantwoording van de vragen over de kleinschalige
dienstenstructuren (zie 2 juli 2007).
13 juli 2007:
College van Beroep voor het
bedrijfsleven verklaart het beroep tegen de uitspraak van de NZa ongegrond
De beroepsprocedure bij het CBb
is helaas door DZDNO verloren.
De uitspraak is vooral teleurstellend, omdat
door het CBb de kwaliteitsaspecten van de dienstverlening in de ANW uren
in het geheel niet zijn meegenomen. Zaken waar het voor de patiënt
primair om gaat.
De politiek is nu aan zet.
Als het aan ons
ligt, zal er voor de patiënten in ons gebied niets ten nadele
veranderen.
We zullen
de politiek dan ook blijven informeren over de onjuiste
honoreringsystematiek, die er aan bijdraagt dat de ANW-zorg
steeds verder van huis raakt.
2 juli 2007
Minister Klink informeert het SP kamerlid Henk
van Gerven onjuist!
Op 2 juli
heeft minister Klink geantwoord op de vragen van het SP kamerlid Henk van
Gerven. De vragen gingen over kleinschalige ANW huisartsenzorg.
De
antwoorden van de minister zijn te vinden op:
http://www.minvws.nl/kamerstukken/cz/2007/antwoorden-op-kamervragen-van-van-gerven-over-problemen-bij-de-kleinschalige-anw-dienstenstructuren-van-huisartsen.asp.
Ons
inziens informeert de minister het kamerlid Henk van Gerven feitelijk onjuist op
verschillende vragen.
De
minister stelt bij de beantwoording van vraag 1 bijvoorbeeld dat:
-
Het beslist niet zo is dat kleine HDS-en
financieel worden achtergesteld.
-
Dat kleine hds-en mee gaan profiteren van de
vergoeding voor de infrastructurele kosten (het zgn. basisbedrag, dat ze
blijven krijgen, óók na 1/1/2005).
-
Daarnaast de kleine hds-en profiteren van de
inkomensverbetering (ingevoerde uurtarief), met als gevolg dat door het
draaien van meer dan 450 anw-uren de huisartsen in deze kleine hds-en een
gemiddeld inkomen verwerven van € 30.500,-- per jaar.
De
mededelingen van de minister stoelen niet op de echte feiten.
Wat is namelijk de werkelijkheid in 2007?
-
Zowel
kleine als grootschalige HDS-en hebben per 1 januari 2007 recht op de
basismodule van € 10.40 per inwoner.
-
Bovendien is de plusmodule (90-110%) van toepassing
-
Maximaal komen de basis- en volledige plusmodule samen neer op € 11.44 euro
per inwoner
-
Een
grootschalige HDS kan afhankelijk van de omstandigheden bovendien nog recht
doen gelden op de plattelandsmodule (€ 2.50 per inwoner) en de module
zorgconsumptie (maximaal € 2.00 euro per inwoner). Ook over deze modules
vindt verrekening van de plusmodule plaats.
-
Een
grootschalige HDS kan haar budget op deze wijze op maximaal € 16.39 euro per
inwoner baseren.
-
Uit dit budget moeten de kleinschalige en de grootschalige HDS-en zowel de
infrastructurele kosten (huisvesting, personeel, ICT, telefoon,
administratie, vervoer, accountantskosten etc.) als het honorarium voor de
dienstdoende huisartsen bekostigen.
-
In een
kleinschalige ANW huisartsendienstenstructuur is er maximaal € 26884,-- en
in een grootschalige ANW structuur is er maximaal € 38517,-- per jaar
beschikbaar per normpraktijk.
-
Dit
betekent een verschil in maximale financiering van € 11633,-- per
normpraktijk.
Dit
komt neer op ruim 43 % voordeel voor de grootschalige
huisartsendienstenstructuur.
Opbouw jaarbudget voor
kleinschalige – en grootschalige HDS-en in 2007
|
|
plusmodule |
basismodule |
plattelands
module |
module zorg
consumptie |
maximale budget per inwoner |
maximale
budget per 2350 bewoners (normpraktijk) |
|
Kleinschalige HDS |
90-110 % |
€
10.40 |
nihil |
nihil |
€
11.44 |
€
26.884,-- |
|
Grootschalige
HDS |
90-110 % |
€
10.40 |
€
2.50 |
€
2.00 (maximaal) |
€
16.39 |
€
38.517,-- |
|
Verschil |
- |
- |
€
2.50 |
€
2.00 (maximaal) |
€
4.95
(€ 4.50 + 10 %) |
€
11.633,-- |
-
Bij
bovenstaande berekening zijn tijdelijke tarieven als gevolg van nacalculatie
over voorgaande jaren en herallocatie na de nieuwe normering buiten
beschouwing gelaten.
-
Ditzelfde geldt voor de eventuele toekenning van de vakantiedruk.
-
Voorgaande factoren kunnen namelijk opgaan voor zowel kleinschalige als
grootschalige huisartsendienstenstructuren maar tegelijkertijd maken ze een
juiste vergelijking van de basisbudgetten tussen grootschalige en
kleinschalige huisartsendienstenstructuren niet goed mogelijk.
Indien de
minister stelt, dat in kleinschalige HDS-en een huisarts gemiddelde € 30.500 aan
honorarium verwerft naast een vergoeding voor de infrastructurele kosten, dan is
deze stelling niet op feiten gebaseerd aangezien een kleinschalige HDS na de
herallocatie een maximaal budget per normpraktijk heeft van € 26.884,-- voor
zowel de infrastructurele kosten als het honorarium van de huisarts.
De
minister geeft vervolgens aan, dat in grootschalige HDS-en gemiddeld € 13.000
euro aan honorariumkosten per huisarts wordt uitgegeven.
Hieruit
kan slecht geconcludeerd worden dat de huisarts in een grootschalige structuur
gemiddeld 259 uren per jaar besteedt aan ANW uren voor een tarief van € 50.20
per uur en dat het grootste deel van het totale budget in de grootschalige ANW
zorg wordt besteed aan infrastructurele kosten.
Samenvattend kunnen we stellen, dat de minister onjuiste informatie verstrekt
over de bekostiging van de kleinschalige huisartsendienstenstructuren en dat hij
door de gemaakte vergelijking met de grootschalige structuren bovendien de
gemiddelde lezer op het verkeerde been zet.
10 juni 2007
Lang wachten op een visite!
Huisarts en Wetenschap juni 2007, auteur Paul
Giesen:
Met de komst van de huisartsenposten is de afstand van de
arts tot de bezoeken patiënten buiten kantooruren groter geworden. Recent is
onderzocht welke gevolgen dit heeft.
Bij een afstand van 20 kilometer wordt in 83.3 %!
het eigen kwaliteitscriterium van de U1's (levensbedreigend) niet gehaald!
| Afstand in kilometers vanaf post |
Aantal U1 visites gehaald binnen 15 minuten |
| 7.5-9.9 |
55 % |
| 10.0-14.9 |
33.3 |
| 15.0-19.9 |
31.6 |
| > 20 |
16.7 |
De conclusie, die uit bovengenoemd onderzoek
getrokken kan worden, is dat bij U1 ritten vanuit het Diaconessenhuis Meppel het
grootste deel van het gebied van DZDNO niet binnen het officiële
kwaliteitscriterium bereikt kan worden.
zaterdag 19 mei 2007
Op 9 mei vond in Nulde het LHV- symposium kleinschalige
georganiseerde ANW zorg plaats.
Voor het korte verslag op de LHV site:
klik hier
Tevens treft u hierbij vier presentaties aan over kleinschalige ANW Zorg
Op dit moment wordt door de zorgverzekeraars minder geld per
patiënt per jaar besteed aan de kleinschalige ANW zorg dan aan de grootschalige
ANW zorg.
vrijdag 27 april 2007
Hoop uit den Haag?
16.30 uur :
Vanochtend om 7.30 vertrokken, zojuist
teruggekomen van de beroepsprocedure bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven (CBb) in den Haag.
We waren per trein, dus geen last van files.
We hadden 20 minuten de tijd gekregen om onze
advocaat te laten pleiten.
Hierna kwam de landsadvocaat namens de
Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan het woord.
Dit was vooral een herhaling van bekende zetten.
DZDNOis niet doelmatig etc.
Gaandeweg de zitting leek het erop, dat er toch
enige sympathie bij het College ontstond voor onze manier van werken in
weerwil van de door NZa gesuggereerde "ondoelmatigheid". Met name toen onze
advocaat had duidelijk gemaakt, dat we niet alleen goedkoper per consult
zijn dan de gemiddelde HDS, goedkoper per patiënt dan de gemiddelde HDS maar
volgens het IGZ rapport 2006 ook nog een veel betere kwaliteit van zorg
leveren dan de gemiddelde HDS. Over doelmatigheid gesproken!
DZDNO en "het Platform Behoud Kleinschalige
Huisartsenzorg" (Gerard Gomarus) kregen zelfs ruimschoots de gelegenheid om
het een en ander te berde te brengen.
De landsadvocaat leek het op enig moment ook
allemaal niet meer precies te weten en keek regelmatig achter haar voor hulp
bij de mannen van de NZa. Ook zij konden (in onze ogen) lang niet
altijd de goede antwoorden geven.
Met name had niemand weerwoord op ons voorstel
om tijdens de ANW- uren in het gebied van DZDNO dan maar twee van de drie
permanent aanwezige huisartsen thuis te laten, waardoor we in 1 klap
"grootschalig" zouden worden (met alle "voordelen" van dien) en ons verdere
advocaatkosten konden besparen.
In die situatie komen we namelijk op 363 uur per
normpraktijk per jaar en hebben recht op de plattelands- en zorgmodule.
We kunnen ons vervolgens laten verwennen door
een overmaat aan assistentes en ook gaan rijden in een auto met chauffeur.
Het gevolg is wel, dat in een gebied dat groter is dan
den Haag en Rotterdam samen er tijdens de ANW uren maximaal 1 arts aanwezig
is. In dit zeer toeristische gebied kunnen er op onverwachte momenten veel
meer dan honderdduizend mensen aanwezig zijn.
Die ene arts is allemaal in het kader van de
door de overheid zo gewenste doelmatigheid. De mensen zullen dan wel langer
moeten wachten en/of moeten rijden, maar je kunt niet alles willen in deze
tijd.
Al met al zijn we duidelijk minder negatief
uit den Haag vertrokken als de twee vorige keren bij het bezoek aan VWS
en veel positiever dan na de beroepszaak bij het CTG/ZAi (nu NZa) bijna
twee jaar geleden.
Het risico bestaat natuurlijk ook, dat er
een zekere gewenning optreedt en dat het uiteindelijk weer een
teleurstelling wordt. Maar we weten dan wel wat ons te doen staat.
De uitspraak zal normaal gesproken binnen 6
weken binnen moeten zijn, maar het is nogal "rommelig" in mei volgens het
CBb, dus het zal wel midden in de zomer worden. Bij een negatieve uitkomst
kunnen we volgens onze advocaat op Europees niveau verder procederen.
7.30 uur:
Om 11.30 staan we bij de bestuursrechter in den
Haag om de in 2004 door de VHN en ZN zo gepropageerde normering aan te
vechten.
De kans op succes moet (op statische
gronden) niet al te hoog ingeschat worden.
Door een hoogleraar bestuursrecht aan de UvA
is (nieuw) onderzoek verricht naar de daadwerkelijke 'uitspraak' van de
bestuursrechter, waar het CBb dus ook deel van uitmaakt. Zo is naar
voren gekomen dat de bestuursrechter in 80 % van de gevallen tot een
ongegrondverklaring komt, de burger dus ongelijk krijgt. Ten aanzien van
de zaken die gegrond worden verklaard (20%), leidt het slechts in 22%
van de gevallen tot een vernietiging van het bestreden besluit (een
beslechting van het geschil), terwijl in 78% van de gevallen het
resultaat een open einde heeft, ofwel, wordt het teruggestuurd naar het
bestuursorgaan die bijvoorbeeld een verbeterde motivering moet geven.
De kans op vernietiging van het besluit is
statistisch dan ook minder dan 5 %.
Toch is het heel vreemd te beseffen,
dat er in Nederland regelgeving bestaat (en blijft bestaan), waarbij de
huisartsen beter af zijn als de burgers slechtere zorg krijgen.
Concreet: indien wij in het gebied van DZDNO het
aantal huisartsen in de ANW uren van drie terugbrengen naar één, vallen
we buiten de 450 uursnorm en wordt ons budget beduidend hoger.
Raar maar waar.
12 februari 2007
HAASTIGE SPOED
Opzij,
opzij, opzij
Maak plaats, maak plaats, maak plaats
We hebben ongelofelijke haast (H. van Veen)
In
Nederland gaan steeds meer stemmen op voor een algemeen toegangsnummer voor die
“acute zorgvragen” waarbij er geen sprake is van een levensbedreigende situatie.
In Medisch Contact van 5 januari 2007 heeft de heer dr. R. B. Kool (Prismant)
een uitgebreid artikel over dit onderwerp geschreven. Belangrijk te vermelden is
dat de opdracht die de basis vormde voor dit artikel, is gegeven door het
College van zorgverzekeringen. Andere sterke krachten achter het landelijke
nummer zijn o.a. VWS en de NPCF. Op de LHV ledendag van 6 februari j.l. was een
workshop gewijd aan dit onderwerp.
Welke
voordelen voor een landelijk spoednummer worden door de voorstanders genoemd?
-
Eenduidige toegang tot een regionaal loket voor acute zorg.
- Er
ontstaat een doelmatiger organisatie van de acute zorg.
- Alle
acute zorgvragen (ook van de Thuiszorg, GGZ, apothekers etc.) kunnen hier
afgehandeld worden.
-
Verbetering van de samenhang in de acute zorg zowel overdag als in de ANW.
-
Allerlei “spoedvragen” verstoren nu niet de reguliere werkzaamheden.
Alvorens
over te gaan tot een extra landelijk spoednummer dienen mijns inziens ook de
volgende punten in de besluitvorming meegenomen te worden.
- Een
extra landelijk “spoednummer” naast 112 en het spoednummer van de huisarts
zal voortdurend aanleiding geven tot misverstanden. De subjectieve
“spoedbeleving” zal ook na uitvoerige voorlichtingscampagnes in veel
gevallen niet overeenkomen met de professionele “spoedwaardering”.
- Bij
bijna alle “spoedgevallen” is er veeleer sprake van “haast”. die veroorzaakt
wordt door angst, dan van echte spoed.
- Bij
uitstek de eigen huisarts(enpraktijk) kan door kennis van de achtergronden
goed anticiperen op deze “haast” en is hierdoor in staat om op snelle en
juiste wijze de angst en de haast te reduceren.
- Het
dempen van de “haast” door een algemeen toegangsnummer met een zeer korte
wachttijd, zal op landelijk niveau de “haastverzoeken” niet doen afnemen
maar eerder doen toenemen. Net zoals de zorgconsumptie op de
huisartsenposten de laatste jaren alleen maar toeneemt.
- De
toename van de zorgconsumptie op de huisartsenposten wordt in de hand
gewerkt door de IGZ bereikbaarheidseisen, waardoor de anonieme telefonisch
triage in toenemende mate resulteert in een consulttoewijzing.
- Bij
een landelijk “spoednummer” ontstaat het risico, dat sommige mensen met
echte spoed het anonieme “spoednummer” minder snel zullen bellen dan de
eigen huisarts.
- Het
“algemene spoednummer” leidt tot “collateral damage” als de eigen huisarts
in de beleving van de mensen minder bereikbaar is na het publiek maken van
het landelijk “spoednummer” middels een uitgebreide publiekscampagne.
- Een
landelijk “spoednummer” leidt tot uitholling van de regiefunctie, die de
huisarts bij uitstek kan vervullen.
-
Medische problemen, die binnen komen via het landelijke “spoednummer” zullen
gezien de veronderstelde “slechte bereikbaarheid van de huisarts” in de
overgrote meerderheid geleid worden naar een geïntegreerd spoedcentrum bij
een ziekenhuis.
-
Blijft de gemiddelde huisarts in de dagelijkse praktijk nog wel voldoende
gekwalificeerd om “all round” huisarts te zijn als de meeste “spoedgevallen”
terecht komen in een dergelijk spoedcentrum?
Alles
overwegende is mijn standpunt dan ook, dat elke huisartsenpraktijk snel hulp bij
acute medische zorgvragen moet kunnen blijven leveren.
Credo:
“Bij een acute medische zorgvraag: bel uw eigen huisarts!”
Dit heeft
de volgende voordelen:
- Voor
alle acute medische zorgvragen hoeft uitsluitend het spoednummer van de
eigen huisarts gebeld te worden.
- De
altijd bereikbare huisartsenpraktijk dicht in de buurt van de patiënt,
handelt de “acute zorgvraag” op zeer snelle wijze af door “spoedservice op
maat”.
- De
acute zorgvraag wordt buiten kantooruren zonder noemenswaardige vertraging
doorgeschakeld naar een huisartsenpost in de nabije omgeving.
- Er is
sprake van optimale doelmatigheid in de acute zorg, zowel overdag als in de
avond- nacht- en weekenddiensten.
- Er
ontstaat een duidelijke samenhang in de acute huisartsenzorg gedurende 24
uur per dag.
Elke
huisartsenpraktijk moet hiertoe dan wel de juiste middelen (personeel en
infrastructuur) in kunnen zetten.
Dit kan
door:
- Een
landelijke campagne, waarbij de mensen gewezen wordt op het paraat hebben
van het spoednummer van de eigen huisarts.
- De
(honderden?) miljoenen, die in een landelijk spoednummer gaan zitten, ten
goede te laten komen aan de huisartsenpraktijken.
In het
persbericht van 14 december 2006 schrijft de LHV dat de huisartsen de regie over
24-uurs zorg willen behouden. De randvoorwaarden waaronder huisartsen die zorg
thans leveren, moeten volgens de LHV wel verbeteren. Als de LHV zich
sterk maakt voor een optimale 24-uurs bereikbaarheid van alle
huisartsenpraktijken in Nederland, dan is een tweede landelijk “spoednummer”
geheel overbodig.
De
randvoorwaarden voor de huisarts kunnen verbeterd worden door de huisarts met
“spoedservice” overdag een “spoedmodule” toe te kennen. Indien er
huisartsenpraktijken zijn, die ook bij extra budgettoekenning geen
“spoedservice” overdag kunnen bieden, moet de consequentie onder ogen gezien
worden, dat er op termijn twee soorten huisartsenpraktijken in Nederland zullen
zijn. Huisartsenpraktijken met en zonder “spoedservice”.
Zelf heb
ik altijd nog het idee, dat je bijvoorbeeld een closetrolhouder
niet te ver van het toilet moet plaatsen.
Moeten we
dan wel de medische “acute zorgoplosser bij uitstek” eerst door een landelijk
spoednummer laten passeren en dan kijken of er nog ergens hulp te krijgen is?
Wordt hierbij in alle haast ook niet het kind met het badwater weggegooid!
A.R.M.
31 januari 2007
Hoogervorst
vraagt de Nederlandse Zorgautoriteit om rapport avondspreekuur, acute zorg
huisartsen
In de brief o.a de volgende zinnen:
"De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) heeft
in haar notitie van juni 2006 in praktisch verwoorde ‘statements’ uitgangspunten
en kwaliteitscriteria geformuleerd waaraan een vanuit patiëntenperspectief
georganiseerde acute zorg moet voldoen. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat bij
een huisartsenpost of geïntegreerde spoedpost (HAP+SEH) ook een
apotheekvoorziening aanwezig moet zijn".
"In een goed functionerende acute zorgketen zal de
patiënt op die plek in de keten terecht moeten komen waar zijn zorgvraag
adequaat en zo doelmatig mogelijk behandeld kan worden".
"Acute zorg moet altijd beschikbaar kunnen zijn en
verantwoord worden aangeboden".
"Het bovenstaande impliceert dat de keten van acute
zorg - binnen de gestelde wettelijke kaders ten aanzien van bereikbaarheid
en beschikbaarheid - kwalitatief gelijkwaardig of beter en zeker doelmatiger als
keten georganiseerd/ bekostigd kan worden. Ik vraag u een uitvoeringstoets op te
stellen waarin u aangeeft hoe en met welke (financiële) instrumenten ik kan
bevorderen dat de acute zorg meer op basis van klantpreferenties (zoals
ondermeer door de NPCF is verwoord) als keten georganiseerd kan worden".
Geachte minister Hoogervorst,
Onze kleinschalige huisartsendienstenstructuur
voldoet al jaren aan alle eisen, die de IGZ en de NPCF stelt aan de avond-
nacht- en weekendzorg. Waarom wilt u de kleinschalige ANW huisartsenzorg nu niet
erkennen als een essentiële schakel in de acute zorgketen?
Of is groot altijd beter?
2006
De resultaten van het onderzoek door de Inspectie
voor de Gezondheidszorg december 2006
|
|
IGZ eis |
HET
GEMIDDELDE VAN ALLE
huisartsenposten in Nederland |
Resultaat
DZDNO |
|
Telefonische bereikbaarheid 'niet spoed' |
Binnen 60 seconden |
70 % |
100 % |
|
Telefonische bereikbaarheid 'spoed' |
Binnen 30 seconden |
61 % |
93 % |
|
Triage bij (spoed)oproep |
Directe supervisie door huisarts |
56 % |
100 % |
|
Fysieke bereikbaarheid |
Binnen 15 autominuten |
68 % |
99 % |
|
Apotheek |
Bij huisartsenpost |
30 % |
100 % |
|
Beschikbaarheid van medische gegevens |
Medisch dossier van eigen huisarts |
22 % |
100 % |
|
‘Gemiddeld’ |
100 % |
51 % |
99 % |
22 december 2006
Zorg in de laatste levensfase in de
huisartsenpraktijk in Nederland
Proefschrift Sander Borgsteede aan de VU te
Amsterdam op 22 december 2006
Uit de samenvatting:
Huisartsen zullen vaker parttime gaan werken en korter op
één werkplek blijven. Er zullen minder solopraktijken zijn en meer
samenwerking tussen huisartsen die in diverse vormen onder één dak zullen
werken. Deze ontwikkelingen kunnen betekenen dat er minder persoonlijke
continuïteit in de huisartsenzorg zal zijn binnen en buiten kantooruren.
Wij zullen enkele maatschappelijke keuzes moeten maken over
hoe wij willen zorgen voor patiënten die zullen gaan overlijden in
Nederland.
-
Willen wij thuis overlijden mogelijk maken voor alle
patiënten?
-
Als dit niet zo is, welke patiënten krijgen dan de
mogelijkheid om thuis te overlijden?
-
Voor welke patiënten organiseren we zorg op een andere
locatie?
-
Hoe bepalen we hoeveel zorg we willen en kunnen geven
-
Wanneer kijken we naar de aspecten in huisartsenzorg die
het meest gewaardeerd worden, namelijk thuisbezoeken en aandacht?
-
Als symptomen, ongemakken en eenzaamheid leiden tot een
mindere kwaliteit van leven, wie is er dan verantwoordelijk voor het
organiseren van de benodigde zorg?
Om te bepalen wat wij onder ‘kwaliteit’ verstaan in onze
toekomstige zorg en om de verantwoordelijkheden van de betrokken patiënten
en zorgverleners in kaart te brengen, moeten we een maatschappelijke
discussie blijven voeren.
Deze discussie is noodzakelijk om richting te kunnen geven
aan de toekomstige zorg voor patiënten in de laatste fase van hun leven en
de rol van de huisarts daarbij.
PDF-samenvatting van het proefschrift:
Zorg in de laatste levensfase in de huisartsenpraktijk in Nederland
(pdf)
--------------------
Hoe is de situatie in het gebied van
Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel?
Naast de persoonlijke begeleiding van de huisarts bij
patiënten in de laatste levensfase kunnen deze patiënten ook rekenen op:
Continuïteit van terminale zorg door:
-
7 x 24 uur hetzelfde telefoonnummer voor
de terminale
huisartsenzorg
-
7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij terminale
thuiszorg en stervensbegeleiding
-
directe toegang tot het Elektronisch
Patiënten Dossier (EPD) waardoor
correcte informatie over de ziektegeschiedenis
-
directe verslaglegging in het EPD, waardoor goede overdracht naar
eigen huisarts
-
bij het voorschrijven van medicatie via
het EMD (Elektronisch Medicatie Dossier), directe waarschuwing voor
contra-indicaties en/of interacties
--------------------
19 december 2006
Persbericht:
DZDNO komt
zeer goed uit het onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
De Inspectie voor de
Gezondheidszorg heeft het afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de kwaliteit van
huisartsenposten in Nederland. Het rapport van de Inspectie is 18 december 2006
gepubliceerd. Uit het rapport blijkt dat de telefonische bereikbaarheid van de
posten buiten kantooruren, en dan vooral de beantwoording van spoedoproepen bij
enkele posten, zorgelijk is.
De kleinschalige
huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel (DZDNO) is
ook in het onderzoek opgenomen. In deze dienstenstructuur werken de huisartsen
uit Diever, Dwingeloo, Frederiksoord, Havelte, Vledder,
Giethoorn en Nijeveen.
Aan de hand van het rapport kan geconcludeerd
worden, dat de huisartsendiensten- structuur Zuidwest Drenthe en Noordwest
Overijssel zeer goed voldoet aan alle belangrijke kwaliteitseisen, die de
Inspectie voor de Gezondheidszorg stelt aan de huisartsenposten. De
Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel heeft dan
ook de volgende kenmerken:
1. Zeer
goede bereikbaarheid per telefoon (alle gesprekken worden binnen 1 minuut
persoonlijk beantwoord, gemiddelde responstijd = 19.6 seconden).
2. Triage
van bijna alle oproepen door de dienstdoende huisarts.
3. Goede
bereikbaarheid wat betreft locatie van de huisartsenposten.
4. Uitstekende
beschikbaarheid van het medische dossier van alle inwoners uit het
verzorgingsgebied.
5. Apotheek
bij elke huisartsenpost (24 uur per dag beschikbaar).
Meer informatie vindt
u in de tekst bij 18 december 2006
Inpectierapport:
Rapport IGZ (pdf)
18 december 2006
Rapport van de Inspectie van de Gezondheidszorg
Kwaliteit huisartsenposten aanzienlijk
verbeterd, spoedoproepen zorgelijk
De kwaliteit van de Nederlandse huisartsenposten is aanzienlijk
verbeterd. Echter de telefonische bereikbaarheid van de posten
buiten kantooruren en dan met name de beantwoording van
spoedoproepen is bij enkele posten zorgelijk.
Dit concludeert de Inspectie van de Gezondheidzorg in het vandaag
uitgekomen rapport naar de zorgverlening, spreiding en
toegankelijkheid van de huisartsenposten in Nederland. Het rapport
'Kwaliteit huisartsenposten verbeterd sinds 2003' is een vervolg op
een onderzoek in 2003, waaruit bleek dat veel posten veelal niet
voldeden aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg.
Volgens de inspectie zijn de in 2003 gevonden kinderziekten van de
huisartsenposten nu grotendeels overwonnen. De Vereniging
Huisartsenposten Nederland (VHN) werkt aan kwaliteitseisen en
certificering, waarbij zij de veldnormen bijvoorbeeld op het gebied
van infectiepreventie en apotheekvoorziening nog moeten ontwikkelen.
Uit het onderzoek van de inspectie blijkt verder dat de telefonische
bereikbaarheid over de hele linie wel is verbeterd, maar het aantal
keren dat de telefoon buiten kantooruren helemaal niet beantwoord
werd, fors is gestegen. Vier procent van de spoedoproepen werden
niet door een persoon beantwoord; dit speelde bij negen
huisartsenposten. De inspectie vindt dit een zorgwekkende
ontwikkeling.
Verder vindt de inspectie dat er nog onvoldoende garantie is voor
een goed inhoudelijk verloop van het triageproces. Zo blijkt uit het
onderzoek dat snelle telefonische beoordeling van levensbedreigende
zorgvragen door de triagist wel vaker volgens protocollen worden
afgehandeld en de huisarts bij de meeste posten ook binnen één uur
voor autorisatie van de triage-adviezen zorgt. Maar het ontbreekt
nog aan duidelijke opleidings- en vakbekwaamheidseisen waaraan een
triagist moet voldoen.
De inspectie zal de enkele huisartsenposten die op een paar gebieden
achterblijven bezoeken en aansporen tot verbeteracties. Zo nodig zal
de inspectie dwingend optreden als eerder aanbevolen maatregelen
niet zijn opgevolgd.
-----------------------------
Hieronder wordt wat uitgebreider ingegaan op
de inhoud van het rapport.
Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel
is zeer goed bereikbaar en heeft zeer goede voorzieningen
De HDS-afdeling van de
Landelijke Huisartsen Vereniging (huisartsendienstenstructuur)
heeft in 2003 het kwaliteitsmerk voor telefonische
bereikbaarheid vastgesteld. Volgens dit kenmerk moet er bij 90
procent van de spoedoproepen binnen 30 seconden persoonlijk
contact zijn met de hulpverlener.
Uit het onderzoek van de
Inspectie blijkt dat de huisartsen uit Diever, Dwingeloo,
Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn voldoen
aan deze eisen voor telefonische beschikbaarheid.
Uit het Inspectierapport
komen de volgende bereikbaarheidspercentages naar voren (achter
de gemiddelde percentages in Nederland staan dikgedrukt de
percentages voor de
huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest
Overijssel = DZDNO):
-
31 procent van de
‘gewone’ oproepen wordt binnen 30 seconden persoonlijk
beantwoord. DZDNO: 73 % binnen de 30 seconden,
de gemiddelde responstijd van alle 'gewone' oproepen was 20.6
seconden
-
61 procent van de ‘spoed’
oproepen wordt binnen 30 seconden persoonlijk
beantwoord. DZDNO: 93 % binnen de 30 seconden,
de gemiddelde responstijd van alle 'spoed' oproepen was 18.6
seconden
-
70 procent van de ‘gewone’
oproepen wordt binnen 60 seconden persoonlijk
beantwoord. DZDNO: 100 %
-
90 procent van de ‘spoed’
oproepen wordt binnen 60 seconden persoonlijk
beantwoord. DZDNO: 100 %
De gemiddelde
responstijd bij DZDNO van alle oproepen (spoed en niet spoed) is
slechts 19.6 seconden.
N.B. de
Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel
is in het kader van de telefonische steekproeven door Interview
NSS, dertig keer gebeld in de periode van 15 tot en met 21 mei
2006.
Ook te vinden in het Inspectierapport:
Apotheekvoorziening bij
huisartsenpost
Wat betreft de medicatievoorziening en -bewaking is het een
belemmering dat de apotheek buiten kantooruren vaak niet op
dezelfde locatie of op loopafstand van de huisartsenpost is
gevestigd. Uit oogpunt van medicatiebewaking zou één apotheek
gekoppeld moeten zijn aan de huisartsenpost, niet verschillende
met wisselende diensten. Bovendien vindt de inspectie het niet
verantwoord dat patiënten soms nog kilometers ver moeten reizen
(en zoeken) voor ze een recept kunnen inwisselen.
--------------------
De huisartsen in
Diever, Dwingeloo,
Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn
hebben allemaal de beschikking over een apotheek,
zodat voor een recept geen extra kilometers gereden hoeven
te worden. In Nederland beschikken slechts 30 % van de
huisartsenposten over een apotheek op dezelfde locatie.
Beschikbaarheid medische gegevens bij
huisartsenposten nog onder de maat
De beschikbaarheid van medische gegevens van inwoners uit het
verzorgingsgebied
blijft ver onder de maat, al is wel grote vooruitgang geboekt
ten opzichte van 2003.
Zo’n 30 procent van de HDS’en geeft aan dat op de
huisartsenposten direct toegang is
tot het medisch dossier van de eigen huisarts of een
samenvatting hiervan. Van risicopatiënten zijn bij de helft
gegevens aanwezig.
Dit kan serieuze problemen opleveren voor de kwaliteit van de
zorg.
----------------------------
De huisartsen in
Diever, Dwingeloo,
Frederiksoord, Havelte, Vledder, Nijeveen en Giethoorn
hebben allemaal rechtstreeks toegang tot het medisch dossier van alle
inwoners uit het verzorgingsgebied.
Triage en de supervisie van
de triage
De Inspectie stelt: Zeker voor
spoedoproepen vindt de inspectie dat er nog onvoldoende
waarborgen bestaan dat een triagist verantwoord de triage
kan uitvoeren. Het gaat hier bijvoorbeeld om opleidings- en
vakbekwaamheidseisen voor de triagist en de eis dat
huisartsen getraind zijn in supervisie op het triageproces.
Zo lang dit niet geregeld is, moet een huisarts de triage
van spoedoproepen zelf verrichten.
De huisarts moet als medisch
eindverantwoordelijke actief toezicht houden op het
triageproces. Dit is zeer belangrijk omdat bij veel HDS’en
de triagist - weliswaar
ondersteund door protocollen - veel beslissingen zelf neemt.
Bijvoorbeeld over het
geven van zelfzorgadvies, een telefonisch recept maar ook of
het nodig is dat een arts
de patiënt zelf ziet of spreekt.
De
Inspectie stelt in het rapport dat o.a. in de HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest
Overijssel de triage niet volgens een protocol plaatsvindt.
De Inspectie vergeet hierbij,
dat
in de Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en
Noordwest Overijssel de triage plaatsvindt
door de dienstdoende huisarts of bij uitzondering in directe
ruggespraak met deze huisarts.
Dit niet alleen voor de
spoedoproepen, maar voor alle hulpvragen. Het protocol is in
feite, dat de dienstdoende huisarts ten allen tijde bepaalt
wat er met de hulpvraag gebeurt.
Over dit misverstand is al
contact met de Inspectie opgenomen.
Samenvattend:
De
Huisartsendienstenstructuur Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel
heeft de volgende kenmerken:
- Zeer goede bereikbaarheid per
telefoon (alle gesprekken worden binnen 1 minuut persoonlijk
beantwoord, gemiddelde responstijd = 19.6 seconden).
- Triage van bijna alle
oproepen door de dienstdoende huisarts
- Goede bereikbaarheid wat
betreft locatie
- Goede beschikbaarheid van
de medische gegevens
- Apotheek bij de
huisartsenpost
8 december 2006
Gaan waarnemers de dienst
uitmaken?
Zou ROVER
protesteren als de NS tijdens alle avond- nacht- en weekendritten autobussen in
zou gaan zetten? Continuïteit van vervoer is immers zeker gesteld. Ondertussen
kunnen de vertrouwde treinen voor de noodzakelijke rust en het eventuele
onderhoud in de remise gezet worden. De rit in de bus duurt misschien wat langer
en het zit misschien wat minder comfortabel, maar het vervoer is geregeld. En
daar gaat het om!De bussen doen in het geheel geen afbreuk aan de continuïteit
van vervoer. ROVER zal haar mond wel moeten houden ook al krijgen ze niets van
het treinkaartje terug.
Verkoop de diensten en de zorg
wordt beter!
In begin
van het artikel "Diensten de deur uit" in Medisch Contact van 17 november 2006,
wordt aangegeven, dat de huisartsenposten aanvankelijk opgericht zijn om
de werkbelasting van de huisartsen te verlagen. Even later wordt in het stuk
gesteld, dat op dit moment de ervaren werkdruk en de zwaarte van de
nachtdiensten in de huisartsenpost erg belangrijke redenen zijn voor de
huisartsen om ANW-diensten bij een ander onder te brengen. Het heeft er alle
schijn van, dat de voor werkdrukverlichting bedoelde huisartsenposten,
de huisartsen zelf weer boven het hoofd zijn gegroeid. Desalniettemin lijkt er
geen reden tot zorg, want plots wordt nu alles beter. De dagzorg lijdt namelijk
onder het werken in de huisartsenpost en deze dagzorg wordt verbeterd door
iemand anders de ANW-zorg te laten doen. Terloops wordt de stelling, dat
de posten
bijdragen aan kwaliteitsverbetering van de huisartsgeneeskundige zorgverlening,
uit de hoge hoed getoverd. Het ligt voor de hand dat over enige jaren het werken
in de huisartsenpost door gevestigde huisartsen als obsoleet beschouwd zal gaan
worden, al was het alleen al vanwege het gebrek aan expertise op het gebied van
de spoedzorg.
Waarom nog verplichte
diensten?
Waarom
worden huisartsen dan überhaupt nu nog verplicht gesteld om diensten te doen als
de verkoop aan waarnemers zo goed werkt? En waarom moeten de huisartsen deze
goede ANW-zorg dan eigenlijk nog sponsoren? Niet zelf werken, dan betalen! Dit
systeem zal geen lang leven beschoren zijn. Over niet al te lange tijd zal een
benchmarkonderzoek aantonen dat het voortbestaan van een HAP naast een SEH niet
effectief en rendabel is. Volledige integratie zal binnen enige jaren volgen.
Wie het werk daar dan zal doen is van later zorg. Voorspeld kan worden, dat er
weinig gevestigde huisartsen zullen zijn, die vrijwillig op deze geïntegreerde
posten diensten willen draaien. De schaalvergroting in de ANW-huisartsenzorg
heeft geleid tot een domein waar productienormen, productie gegevens en de
uiteindelijk gerealiseerde productie zullen bepalen of de zorg efficiënt genoeg
is. Hier wordt de post op afgerekend. De gewone huisarts zal hier steeds verder
van vervreemden. Productiecijfers geen dan ook geen enkel inzicht in ervaren
pijn, verdriet of wanhoop van een patiënt.
Recht op volwaardige
huisartsenzorg dag en nacht
Inwoners
van Nederland hebben recht op huisartsenzorg dag en nacht. In het meer dan 5
jaar oude Koninklijke Besluit over de huisartsenposten staat, dat met
huisartsenzorg gedurende avond, nacht en weekend huisartsenzorg van dezelfde
kwaliteit en inhoud wordt bedoeld als huisartsenzorg, die geleverd wordt buiten
avond, nacht en weekend. Wordt in Nederland aan deze eisen overal voldaan?
Beschikken alle huisartsenposten al over essentiële medische gegevens tijdens de
diensten? Zijn alle patiënten bereikbaar voor de huisarts binnen een kwartier?
Kunnen alle patiënten binnen een half uur bij een huisartsenpost komen? Zijn er
acceptabele wachttijden? Als de stelling gehanteerd wordt dat de kwaliteit van
de huisartsenzorg is verbeterd, dan moet op zijn minst op alle voorgaande vragen
bevestigend geantwoord kunnen worden. En dat is helaas niet zo. Waarom dan zo’n
positief artikel?
Grote verscheidenheid aan
ANW-zorg in Nederland
Een
inwoner van Nederland die beroep doet op de acute zorg, kan met een
verscheidenheid aan ANW-zorg geconfronteerd worden. Voor hetzelfde acute
middernachtelijke medische probleem, kan hij/zij na een uitvoerige triage
tientallen kilometers moeten rijden om vervolgens geholpen te worden door een
basisarts zonder enige ervaring op de SEH, die bovendien ook op geen enkele
wijze de relevante medische voorgeschiedenis kan raadplegen. Als de patiënt nog
meer pech heeft, moet deze ook naar de apotheek. Die enige uren later pas open
is. Wat te doen? Wachten of eerst weer een lange rit naar huis? Het kan ook
gebeuren, dat hij/zij door een ervaren huisarts vlak in de buurt, binnen een
kwartier geholpen wordt en als hij/zij geluk heeft krijgt de patiënt de
eventueel benodigde medicatie ook nog direct mee. Tijdens het consult is direct
het EMD geraadpleegd en zijn meteen alle gegevens bijgewerkt. De eigen huisarts
kan de andere ochtend precies zien wat er is gebeurd. In Friesland biedt 22 %
van de huisartsen nog deze huisartsenzorg. In Drenthe 11 %. Er zijn op dit
moment nog meer plaatsen in Nederland waar de mensen gebruik kunnen maken van
deze kleinschalige zorg. Deze huisartsen doen dit niet alleen omdat het de
persoonlijke zorgrelatie ten goede komt, maar ook omdat deze zorg op het gebied
van beschikbaarheid en bereikbaarheid veel beter aan de officiële
kwaliteitseisen kan voldoen.Waar in
Nederland voldoet de ANW-zorg aan de kenmerken zoals verwoordt in het
Koninklijke Besluit van 18 oktober 2001? Of lappen we de inhoud van het besluit
gewoon aan onze laars?
Zwaarte van ANW-zorg.
Het aantal patiëntencontacten
per uur per normpraktijk in de ANW-diensten is 1.11 % van de zorgvraag overdag.
Voor toelichting zie onderstaande tabel.
Dag
en ANW-zorgconsumptie
|
|
Aantal uren
per jaar |
Zorgconsumptie
= aantal
gewogen consulteenheden
per persoon
per jaar |
Aantal
patiëntencontacten per uur per normpraktijk |
|
Dagdienst |
2550 |
6.6* |
6.082 |
|
ANW dienst |
6210 |
0.18** |
0.068 |
(bron: Nivel cijfers over 2003,
** bron: VHN benchmarkonderzoek 2005
een tel. consult = 0.5 consult,
een visite =1.5 consult)
Hierbij
moet aangetekend worden, dat de aard en de tijdstippen van de contacten niet
zonder meer vergelijkbaar zijn. In 2005 zocht ongeveer één keer per 14.5 uur één
patiënt uit een normpraktijk tijdens de ANW-uren contact met een huisartsenpost.
Slechts bij uitzondering is dit ‘s nachts. Een volledige verstoorde nachtrust
tijdens elke dienst met als gevolg een jetlag, treedt dan ook uitsluitend op bij
huisartsen, die in zeer grootschalige huisartsenposten werkzaam zijn.
Kleinschalig werkende huisartsen zullen niet elke nachtdienst uit bed gebeld
worden.
Belang van continuïteit in
herkenbare zorg.
Volgens
de auteurs van “Diensten de deur uit” hechten zowel huisartsen als patiënten aan
een goede zorgrelatie waarin zij geen vreemden zijn voor elkaar. Volgens hen is
aan deze behoefte buiten
kantooruren moeilijk tegemoet te komen door grootschalige dienstenstructuren.
Wij
willen er de auteurs op wijzen dat naast kleine waarneemgroepen er in Nederland
ook nog steeds een aantal kleinschalige huisartsendienstenstructuren bestaan. In
Drente een drietal. Deze kleinschalige structuren en kleine waarneemgroepen zijn
in tegenstelling tot de grootschalige wel in staat ook buiten kantooruren
tegemoet te komen aan de behoefte van een persoonlijke zorgrelatie. Vanuit de
grootschalige structuren wordt steeds meer de roep gehoord om voor een deel of
zelfs geheel terug te keren naar het leveren van kleinschalige ANW-zorg. Vooral chronisch zieke en terminale patiënten hebben
belang bij continuïteit van herkenbare zorg, juist ook tijdens de lange ANW-uren.
Een willekeurige waarnemer kan niet voorzien in herkenbare zorg. De
kleinschalige huisartsenzorg, heeft recht om minimaal dezelfde financiering als
de grootschalige. Alleen op deze wijze kan deze waardevolle vorm van
huisartsenzorg waarborgen dat er een reele urencompensatie plaatsvindt en er op
momenten van vakantie of ziekte er een kostendekkende vervanging geregeld kan
worden.
Voor de
huisartsen, die weer kleinschalig willen gaan werken of blijven werken met
uitzondering van de nachtdiensten, moet de mogelijkheid gecreëerd worden, dat ze
voor deze nachtdiensten in een grootschalige huisartsenpost kunnen participeren.
Aangezien de contacten in de nacht zo minimaal zijn, zal dit op de persoonlijke
zorgrelatie weinig of geen invloed hebben, terwijl op deze wijze wel wordt
bijgedragen aan de continuïteit van herkenbare zorg in de avond- en
weekenduren. Deze participatie in een grootschalige huisartsenpost moet er niet
toe leiden, dat de aanrijdtijden in de nacht de maximumgrens gaan overschrijden.
Financiering
van ANW-zorg nu in de toekomst.
De
grootschalige ANW-zorg heeft per jaar een budget, dat afhankelijk van de
omstandigheden kan variëren tussen de 22.000 en 35.000 euro per jaar per
normpraktijk. Indien de kleinschalige huisartsenzorg op vergelijkbare wijze
gefinancierd wordt, zal deze ook op lange termijn een belangrijke rol in de
huisartsenzorg kunnen blijven spelen met alle eerder genoemde voordelen. De
nieuwe zorgverzekeringswet biedt in principe nieuwe mogelijkheden voor de
financiering van de ANW-huisartsenzorg. De huidige financiering van de
huisartsenpost is gebaseerd op een budget dat wordt vastgesteld op basis van
o.a. het aantal inwoners in een gebied. Het uiteindelijke budget gedeeld door
het aantal verwachtte verrichtingen in enig jaar, bepaalt het
verrichtingentarief, dat door de huisartsenpost in rekening kan worden gebracht.
Een alternatief is een financiering via de huisarts op dezelfde wijze als nu de
dagzorg. In dit alternatief ontvangt elke huisarts een vast bedrag (basis ANW
module) per patiënt voor de ANW-zorg. Dit kan worden aangevuld met modules, die
recht doen aan specifieke en regionale factoren, die de ANW-zorg moeilijker
uitvoerbaar maken. Hierboven op komt dan nog een verrichtingentarief, dat veel
lager is dan het huidige gemiddelde “HAP-tarief”.
Elke
huisarts, al of niet via de HAGRO, kan met deze financiering voor zich zelf
bepalen of ze de ANW-zorg zelf wil regelen of (deels) wil inkopen bij een al of
niet geïntegreerde spoedpost in het nabijgelegen ziekenhuis, mits deze voldoet
aan de hiervoor te stellen eisen (KKK’s). De spoedpost zelf
is verantwoordelijk voor de bemensing en kan per regio ook zeer verschillende,
door de huisartsen te betalen, (deel)tarieven hanteren. Het invoeren van een
alternatief financieringssysteem voor ANW diensten biedt tegelijkertijd
mogelijkheden voor de financiering van de door patiënten zo gewenste
avondspreekuren.
Continuïteit van zorg?
Twee
soorten van vervoer en toch continuïteit. Twee soorten van zorg en toch
continuïteit. Het begrip continuïteit van zorg kan tot een holle
alles verhullende frase verworden als niet precies aangegeven wordt wat met de
woorden continuïteit van zorg wordt bedoeld. Gaat het puur om poppetjes, die
ergens aanwezig zijn? Dan kloppen de stellingen. Maar als het om de inhoud en de
zorgrelatie gaat, dan is er op deze stellingen nog veel af te dingen. Een ding
is wel zeker als het aan de onderzoekers ligt, zullen de waarnemers steeds meer
de dienst in de grootschalige ANW huisartsenzorg uit gaan maken. Zij concluderen
immers dat de zorg overdag er ook beter van wordt. En wie kan daar nu tegen zijn
als bovendien ook nog beweerd wordt, dat er sprake is van continuïteit van zorg?
De huidige regelgeving zorgt er wel voor dat de grootschalige ANW-huisartsenzorg
vrij baan krijgt. En nergens staat, dat deze zorg uitsluitend of voornamelijk
door gevestigde huisartsen geleverd moet worden. Hoe dan ook, huisartsen zijn nu
al massaal hun “eerstgeboorterecht” aan het “verkopen”. Zijn ze hiermee ook in
een niet meer te stoppen trein gestapt of kan er nog aan de noodrem getrokken
worden?
23 november 2006
SP grote winnaar van de verkiezingen
Jan
Marijnissen te
zien en te horen
op:
http://www.eetsmakelijk.nl/SiteNL/servlet/ctl/zomer/broadcast/broadcast.jsp?broadcastID=433
In de 50 ste
minuut van de
uitzending van
vrijdag 18
augustus spreekt
Jan Marijnissen
zijn zorg uit
over de slechte
situatie op het
platteland wat
betreft de
bereikbaarheid
van de
huisartsenposten
na werktijd en
in het weekend.
Hij noemt dit
een van de
weinige nadelen
van het
platteland,
naast het
slechte openbaar
vervoer.
Belofte maakt
schuld! Zal er
nu wat gaan
gebeuren?
Instructie:
Wanneer men op de
pauzeknop II
drukt in het
schermpje, dan
is de
uitzending
vooruit te spoelen
(dat lukt niet
wanneer deze
loopt).
|
|
|
|
|
|
|
|
13 november 2006
Welke politieke partij staat voor goed bereikbare
en beschikbare huisartsenzorg?
Open brief aan de lijsttrekkers van de politieke partijen en de
leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport.
13 november 2006
Onderwerp: Dag en nacht goede huisartsenzorg?
Open brief aan de lijsttrekkers van de politieke partijen en
de leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid Welzijn en Sport.
i.a.a.: LHV, IGZ, patiëntenorganisaties, regionale en
landelijke media
Geachte lijsttrekker en geacht kamerlid,
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) heeft vorige week
aan een aantal
woordvoerders Volksgezondheid uit de Tweede Kamer de
bestuursverklaring “Zorginitiatief 2006-2010: huisarts en patiënt centraal”
gepresenteerd.
Vindt u net als de LHV, dat goede
bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht, een
belangrijke voorwaarde is om te zorgen voor blijvend laagdrempelige toegang tot
de huisartsenzorg?
Denkt u net als meerdere huisartsen, dat in veel situaties
kleinschalige huisartsenzorg nog altijd betere waarborgen kan bieden voor een
goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg dan grootschalige?
Beseft u hierbij dan ook, dat huisartsen die kleinschalig
werken (en hierdoor nog steeds goed bereikbaar en beschikbaar zijn) door het
overheidsbeleid al bijna twee jaar financieel gestimuleerd worden om zich aan te
sluiten bij de grotere structuren?
Weet u, dat als gevolg van het huidige
overheidsbeleid er eigenlijk geen plaats meer is voor kleinschalige
huisartsenzorg? En dat hierdoor de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de
huisarts in avond- nacht- en weekenddiensten ons inziens eerder slechter dan
beter wordt?
Staat uw partij (nog steeds) achter het
stimuleren van grootschalige huisartsenzorg? Dan hoeft u niets te doen, de
kleinschalige huisartsenzorg zal dan een stille dood sterven.
Meer informatie
vindt u op:
www.spoedarts.nu.
Staat uw partij voor goed bereikbare en beschikbare
huisartsenzorg dag en nacht? Zet u dan in voor aanpassing van de huidige
regelgeving! Wij zijn te allen tijde bereid, u hierbij te adviseren. We zullen
graag de naam van uw partij vermelden op onze website als een partij, die staat
voor goede bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg. Dag en
nacht!
7 november 2006
De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV)
heeft vanmiddag haar beleid voor de komende vier jaar gepresenteerd.
LHV-voorzitter Steven van Eijck overhandigde de bestuursverklaring
“Zorginitiatief 2006-2010: Huisarts en patiënt centraal”
De huisarts
is voor die patiënt het vaste, herkenbare en persoonlijke aanspreekpunt.
Ten behoeve van die patiënt voert de huisarts de regie in de eerstelijns
gezondheidszorg en begeleidt de patiënt bij ziekte en vragen rond diens
gezondheid.
Voor een optimale eerstelijns zorg pleit de
LHV voor blijvend laagdrempelige toegang tot de huisartsenzorg.
Goede
bereikbaarheid en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht,
is daarbij een belangrijke voorwaarde."
...............................................
De
huisartsen in Diever, Dwingeloo, Havelte, Frederiksoord, Vledder,
Giethoorn en Nijeveen, zorgen al jaar en dag voor goede bereikbaarheid
en beschikbaarheid van de huisartsenzorg, dag en nacht!!
Helaas
is de huidige regelgeving in Nederland zodanig, dat kleinschalige goed
bereikbare en beschikbare huisartsenzorg steeds moeilijker wordt. Door
deze regelgeving worden de huisartsen in bovengenoemd plaatsen gestimuleerd!! om grootschalig te
gaan werken. Hierdoor wordt de huisartsenzorg minder bereikbaar en beschikbaar! Indien
deze huisartsen wel grootschalig gaan werken, ontvangen ze nota bene meer geld!
In
Drenthe zijn nog twee kleinschalige huisartsendienstenstructuren. In
Zuidwolde en Westerbork.
Meer informatie over de problemen
waarmee kleinschalige huisartsendienstenstructuren zitten te tobben, vindt u
op deze website. Op dit moment is er nog steeds geen bericht van
het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, waar de vereniging DZDNO
beroep heeft aangetekend tegen een uitspraak van het CTG/ZAio (thans NZA).
Zie 21 november 2005 op deze homepage.
---------------------------------------------------------- 6 november
2006
Uit De Twentse Courant Tubantia
Telefonische
beoordeling assistente bij huisartsenposten 'kwetsbaar'
Huisarts moet vaker regie nemen
HENGELO - Huisartsen moeten vaker de regie nemen bij het
beoordelen van patiënten, die een dokterspost bellen.
Hun bemoeienis moet voorkomen dat assistentes een
verkeerde diagnose stellen. Dat stelt de Inspectie voor
de Gezondheidszorg in een onderzoek dat eind deze maand
uitkomt.
Inspecteur Rob Sardeman gaf zaterdag bij de opening van
de Hengelose huisartsenpost alvast een belangrijk schot
voor de boeg. Zijn belangrijkste kritiek op de
huisartsenposten in ons land heeft te maken met de
triage, de telefonische beoordeling van de patiënt door
de doktersassistente. Volgens Sardeman is die
'kwetsbaar'. 'Dat assistenten de telefoon opnemen geeft
in sommige gevallen problemen.'
De inspecteur hamert daarom op goede scholing. Ook de
positie van de huisarts bij de beoordeling baart de
inspecteur zorgen. 'De huisarts moet meer de regie
nemen. De arts is verantwoordelijk, dus neem die
verantwoording dan ook.'
Het onderzoek legt meer problemen bloot. Zo wordt het
ontbreken van een dienstapotheek bij veel
huisartsenposten bekritiseerd. Ook de telefonische
bereikbaarheid van huisartsenposten laat soms te wensen
over.
De Hengelose huisartsenpost aan de Aletta Jacobslaan mag
dan zaterdag officieel geopend zijn, pas vanaf 13
november is de post operationeel.
....................................
In het gebied van DZDNO:
- triage uitsluitend door (bekende) huisarts.
- dienstdoende huisarts werkt in het eigen Electronisch Medicatie
Dossier (EMD) en Electronisch Patienten Dossier (EPD) van de
patiënten uit het gebied van DZDNO.
- huisarts en huisartsenpost dichtbij de patiënten.
- apotheek in de huisartsenpost.
7 april 2006:
VWS wil één loketfunctie voor
spoedeisende zorg
|
VWS
geeft zijn reactie op
het rapport 'Spoed moet
goed' van CVZ, en vindt
dat er één loket moet
komen voor spoedeisende
hulp.
Het
College voor
Zorgverzekeringen (CVZ)
bracht in 2005 een
onderzoek uit met als
titel 'Acute zorg: over
schakels en functies'.
Dit onderzoek liet zien
dat een acute zorgketen
ingericht en bekostigd
kan worden op basis van
de functionele
omschrijving c.q.
aanspraken,
overeenkomstig de
Zorgverzekeringswet, wat
leidt tot meer
doelmatigheid binnen de
keten.
Het
accent ligt op het
realiseren van een
(eenduidige) toegang en
regie binnen de acute
zorgketen. Dit komt
feitelijk neer op een
zgn. 'front office' in
de regio, dat
telefonische triage
verzorgt, de regie voert
voor doorgeleiding in de
keten en beheerstaken
uitvoert (bijvoorbeeld
voor wat betreft het
Elektronisch Medisch
Dossier (EMD). |
|
|
|
|
|
|
De patiënten in het gebied
van de DZNDO weten al jaren waren ze dag en nacht voor spoedeisende zorg
terecht kunnen. Hier hebben niet alleen de patiënten baat bij, maar het is nog
veel goedkoper ook voor de zorgverzekeraars.
Dag en nacht deskundige hulp
door een huisarts, die ter plaatse bekend is en snel aanwezig kan zijn in geval
van nood.
Niet alleen de medische zorg
is snel, dichtbij en vakkundig, maar ook de farmaceutische zorg kan direct
geleverd worden. Voor deze farmaceutische zorg wordt voor de eigen patiënten
geen receptregel in rekening gebracht.
GOED, GEMAKKELIJK EN GOEDKOOP!
Wie zou dat nu niet
willen?
25 maart 2006:
KNMG is bezorgd over de
voortgang van de invoering van het EMD (electronisch medicatiedossier) en het
EWD (electronisch waarneemdossier).
De behoefte aan relevante informatie in de waarneemsituatie bij huisartsen is in
de afgelopen jaren sterk toegenomen. Uit een onderzoek van de Inspectie voor de
Gezondheidszorg (IGZ) bleek dat in 2003 slechts 7% van de centrale
huisartsposten (CHP’s) inzage had in het vaste dossier bij de huisarts. De CHP’s,
District Huisartsenverenigingen (DHV’s) en de IGZ onderschreven na het onderzoek
van 2003 het belang om deze waarneemfunctie op korte termijn in te voeren.
In de huisartsendienstenstructuur DZDNO zijn deze dossiers al jaren operationeel,
terwijl dit bij de omliggende grote HDS-en nog steeds niet het geval is. Desondanks vindt de overheid het
ook in 2006 nog steeds nodig kleinschalige HDS-en te
stimuleren op te gaan in grotere HDS-en, waarbij deze belangrijke verworvenheden
weer zullen verdwijnen met alle nadelige gevolgen vandien.
Eerst afbreken en dan weer
opbouwen?
Voor DZDNO is ook dit een
belangrijke reden een beroepsprocedure aan te spannen tegen het beleid van de
overheid.
9 december 2005
KNMP waarschuwt voor verdwijnen apotheekhoudende
huisarts
In een brief van de KNMP aan de LHV waarschuwen de apothekers ervoor dat de kans
bestaat dat door de nieuwe geneesmiddelenwet de apotheekhoudende huisarts zal
verdwijnen.
|
Niet
alleen patiënten, maar
ook huisartsen zal dit
direct raken. Allereerst
verliest de huisarts in
het wetsvoorstel van de
minister de apotheker
als volwaardige
gesprekspartner. Het
dagelijkse contact
tussen arts en apotheker
over medicatie van
patiënten is de laatste
jaren versterkt. Dit
verdwijnt als toegestaan
wordt dat de apotheker
uit de apotheek
verdwijnt. Daarnaast kan
een apotheker die zijn
patiënten niet kent en
die verantwoordelijk is
voor een veelvoud van
het huidige aantal
patiënten de steeds
complexer wordende
farmaceutische zorg niet
goed leveren. De KNMP
vreest dat arts en
apotheker elkaar uit het
oog verliezen wanneer de
apotheker voor enorme
aantallen patiënten
verantwoordelijk kan
worden gemaakt. Dat
laatste is ook voor de
huisarts onwenselijk,
vindt de KNMP. |
|
|
|
|
|
|
In het gebied van DZDNO zijn uitsluitend apotheekhoudende huisartsen werkzaam.
Hierdoor is de farmaceutische zorg 7 x 24 uur dichtbij huis en wordt het
uitgevoerd door huisartsen, die de patiënten kennen en tevens hun Elektronische
Medische Dossier en hun Elektronische Farmaceutische Dossier direct kunnen
raadplegen en bijwerken. Eventuele contra-indicaties en interacties worden
tijdens het consult gemeld, waardoor er tijdig op deze meldingen geanticipeerd
kan worden.
Door overheidsbeleid dreigt deze optimale patiëntenzorg te verdwijnen.
16 november 2005
Kamervragen waarneemdossier huisartsen
|
Tweede Kamerlid Pieter
Omtzigt heeft minister
Hoogervorst schriftelijk
vragen gesteld over de
invoering van het
elektronisch
waarneemdossier
huisartsen.
De
CDA-parlementariër maakt
zich ernstig zorgen over
de voortgang van dit
project, nadat vorige
week bekend werd dat de
landelijke uitrol met
ongeveer minimaal een
jaar is opgeschort meldt
De Automatiseringsgids.
"Tot
1 november kregen wij te
horen dat de landelijke
uitrol van het
Elektronisch
Waarneemdossier
Huisartsen zou
plaatsvinden vanaf 1
januari 2006. Nu is dat
opeens voor onbekende
tijd uitgesteld. Door
deze vertraging is bij
een groot deel van de
huisartsenposten nog
steeds helemaal geen
medische informatie over
patiënten, die voor
acute en dringende
klachten binnenkomen,
aanwezig. Ik wil graag
van de minister weten
wat dit betekent voor de
patiëntveiligheid." |
|
|
|
|
|
|
In de HDS DZDNO wordt al jaren gewerkt met een electronisch waarneemdossier.
VWS acht het uit het oogpunt van DOELMATIGHEID gewenst, dat deze HDS opgaat in
grotere eenheden, waardoor het door de geachte afgevaardigde zo gewenste
e-waarneemdossier weer verdwijnt.
Dan dus ook verdwenen de zo door de geachte afgevaardigde gewenste kwaliteit!
Hoewel, VWS beweert bij hoog en laag, dat dit allemaal gebeurt uit het oogpunt
van kwaliteit (e-mail discussie in ons bezit). Weten ze bij VWS eigenlijk wel
waar ze over praten en beslissen?
12 augustus 2005
Onvoldoende medicatiebewaking in nieuwe dienstenstructuur
|
De
kwaliteit van de
farmaceutische
zorgverlening door
dienstapotheken tijdens
avond-, nacht- en
weekenddiensten is
onvoldoende vindt de IGZ,
doordat ze geen inzicht
hebben in de actuele
medicatiegegevens van de
patiënt.
Dit
is een groot risico voor
de patiëntveiligheid,
omdat de patiënt
daardoor medicijnen kan
krijgen die de werking
van andere
geneesmiddelen
beïnvloeden of
allergische reacties
veroorzaken. Dit blijkt
uit onderzoek van de
Inspectie voor de
Gezondheidszorg naar de
zogenoemde
dienstapotheken.
In
deze relatief nieuwe
dienstenstructuur werken
apothekers uit een groot
verzorgingsgebied 's
avonds, 's nachts en in
het weekend samen op één
vast adres,
vergelijkbaar met
huisartsenposten. Er
zijn ook apotheken die
niet zijn aangesloten
bij deze
dienstenstructuur; zij
regelen hun avond- nacht
en weekenddiensten
onderling bij toerbeurt.
Deze zijn niet door de
inspectie onderzocht.
De
meeste patiënten gaan
voor hun geneesmiddelen
overdag naar hun
reguliere apotheek, die
hun medicatiegegevens
beheert. Het probleem
van de dienstapotheken
is dat zij vaak geen
toegang hebben tot deze
gegevens, waardoor de
medicatiebewaking
afhankelijk is van de
informatie die de
patiënt zelf geeft.
Slechts de helft van de
bezochte dienstapotheken
heeft inzage in het
dossier door een
koppeling met de
reguliere apotheek van
de patiënt.
Een
ander probleem is dat in
één dienstapotheek soms
tientallen apothekers en
ruim honderd assistenten
werken. De onderlinge
afstemming is vaak
slecht geregeld en taken
en verantwoordelijkheden
liggen niet vast. De
inspectie roept de KNMP,
de beroepsorganisatie
van apothekers, op om
richtlijnen te
ontwikkelen voor de
organisatie van
dienstapotheken.
De
onderzochte
dienstapotheken zijn
vanaf de
huisartsenposten goed
bereikbaar. Maar de
afstand tussen de
woonplaats van een
patiënt en de
dienstapotheek is soms
meer dan 30 kilometer.
Volgens de norm voor
apothekers moet
spoedeisende
farmaceutische zorg
binnen 20 minuten worden
verleend. Bij een
afstand van 30 kilometer
is deze norm niet
haalbaar.
Het
is de
verantwoordelijkheid van
de apotheker om erop toe
te zien dat de
medicatiebewaking
sluitend is. Apothekers
en apotheekhoudende
artsen moeten zo snel
mogelijk een
informatiesysteem
opzetten, zodat er in
dienstapotheken altijd
inzage is in actuele
medicatiedossiers. Een
snelle invoering van het
landelijk elektronisch
medicatiedossier is
essentieel voor veilige
en goede patiëntenzorg.
Bron:
IGZ |
|
|
|
|
|
|
In het gebied van DZDNO doen
alle bovengemelde problemen zich niet voor. De spoedeisende farmaceutische zorg
is altijd binnen 20 minuten leverbaar en alle medicatiegegevens van de patienten
woonachtig in het gebied van DZDNO zijn direct on-line.
DZDNO:
Farmaceutische zorg: deskundig,
dichtbij en doelmatig.
8 juli 2005
'De huisartsgeneeskundige inbreng in de
acute ketenzorg’
|
Het
NHG richt zich met een
concept-Standpunt op de
inhoudelijke aspecten
van de acute ketenzorg
en komt op basis daarvan
tot enkele
organisatorische
richtlijnen.
De
NHG vindt dat deze
regionaal vertaald
moeten worden waarbij de
Landelijke Huisartsen
Vereniging het tot haar
taak rekent hiervoor de
juiste randvoorwaarden
te creëren. Het NHG is
van mening dat een goed
functionerende zorgketen
in de acute medische
zorg cruciaal is. Het
uitgangspunt in de keten
van hulpverlening bij
acute
gezondheidsklachten is
dat de zorg wordt
verleend op het juiste
moment, op de juiste
plaats, en door een
hulpverlener met de
juiste competenties. Het
concept-Standpunt wordt
over enige tijd door het
NHG-bestuur vastgesteld,
en ook door het
LHV-bestuur. Het zal in
december voor
bekrachtiging worden
ingebracht in de
Algemene
Ledenvergadering van het
NHG.
´De
acute ketenzorg behoeft
verbetering; de keten
‘rammelt’. Dat wordt uit
de praktijk en de
overstelpende
hoeveelheid literatuur
daarover wel duidelijk.
Volgens de Inspectie
voor de Gezondheidszorg
is een ketenbrede
visieontwikkeling niet
van de grond gekomen en
worden vooral huisartsen
nauwelijks bij de
ontwikkeling betrokken.
Dat is echter slechts
een fractie - zij het
een belangrijke fractie
- van het probleem.
Huisartsen,
ziekenhuizen,
ambulancezorg en de
CPA’s worden opgeroepen
om samen te gaan werken
aan een vereenvoudigde
structuur voor de
spoedeisende medische
hulpverlening´. |
|
|
|
|
|
|
Brief aan Minister Hoogervorst (9 juli 2005),
Geachte minister,
Lees de kwaliteitseisen voor acute huisartsenzorg, die staan genoemd op pagina
13 van het NHG concept-Standpunt.
En leg de logica uit van de nieuwe normering huisartsendienstenstructuren,
waarbij kleinschalige structuren, die nu al kunnen voldoen aan de in het concept
rapport genoemde kwaliteitseisen, worden gestimuleerd aansluiting te zoeken bij
grote structuren maar dan tegelijkertijd flink zullen inleveren op het gebied
van deze kwaliteitseisen. Het thans toegankelijk elektronisch medisch dossier
zal bijvoorbeeld weer verdwijnen. Is dit allemaal in het kader van de door u
nagestreefde doelmatigheid?
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
CTG/ZAio verklaart het
bezwaarschrift van DZDNO tegen de tariefsbeschikking ongegrond
21 november
2005: de HDS DZDNO stelt bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven
een beroep in tegen het CTG/ZAio besluit van 13 oktober 2005, waarbij het
bezwaarschrift van DZDNO tegen de tariefsbeschikking van het CTG/ZAio
ongegrond wordt verklaard.Vragen:
- Vindt u ook, dat er zo weinig mogelijk huisartsen
ingezet moeten worden bij de avond- nacht- en weekendiensten?
- Vindt u het ook
ondoelmatig, als huisartsen gemiddeld meer dan 450 uren per jaar avond-
nacht- weekenddiensten verrichten?
- Vindt u ook, dat
als ze toch meer dan 450 uren per jaar werken, ze niet betaald moeten
worden voor de behandelingen van vakantiegangers?
- Vindt u ook, dat
als ze toch meer dan 450 uren werken, ze geen recht hebben op de
toeslagen, die gelden voor het platteland?
- Vindt u ook, dat
deze huisartsen uiteindelijk maar helemaal niet meer betaald moeten
worden?
- Vindt u ook, dat huisartsenposten recht hebben
op meer geld
als ze in de avond, nacht- weekenddiensten, minder
dan 1 huisarts
inzetten op 34000 inwoners?
- Vindt u ook, dat
een plaats van bijna 70.000 inwoners eigenlijk platteland is?
- Vindt u ook, dat
de huisartsen zich grootschalig moeten organiseren?
- Vindt u ook, dat
grootschalige huisartsenposten een betere kwaliteit leveren?
Vindt u dit
allemaal,
dan hoeft u niets te doen, want dit
is allemaal al geregeld in de normering huisartsendienstenstructuren, die op
1 januari 2005 is ingegaan.
Vindt u dat dit eigenlijk niet kan, lees dan
verder en stuur uw adhesiebetuiging naar
postmaster@spoed.nu
13 oktober 2005: CTG/ZAio verklaart het bezwaar
van DZDNO tegen het uitsluiten van de plattelands- en zorgmodule ongegrond.
Een HDS, die de huisarts gemiddeld
meer dan 450 uren per jaar per normpraktijk inroostert voor ANW diensten heeft
geen recht op de platteland- en zorgmodule.
Dat wil zeggen, dat
als er voor een bevolkingsgroep van bijna 34.000
duizend mensen, meer dan 1 huisarts paraat staat, deze HDS gekort wordt in het
budget.
Deze HDS-en worden van een
potentiële budgetverhoging (die kan oplopen tot 50 %) uitgesloten.
Het CTG/Zaio stelt
in haar Beslissing op
Bezwaar,
dat DZDNO
uit het oogpunt van de beschikbaarheid en
bereikbaarheidseisen van het IGZ op de huidige (kleinschalige) voet door
moet gaan
(ondanks de vele uren dienst voor de huisartsen, die hiermee
gepaard gaan).
CTG/ZAio suggereert vervolgens aan DZDNO twee
mogelijkheden om dit te verwezenlijken.
- Aansluiten bij een grote HDS en
als satelietpost blijven functioneren. De angst van DZDNO hierbij is, dat
deze posten over enige tijd vanwege bezuinigingsmaatregelen opgedoekt zullen
worden. DZDNO heeft van niemand garanties gekregen, dat dit niet zal
gebeuren. Bovendien komen alle aanpalende grote HDS-en (Drenthe, Friesland
en Flevoland) nu al niet uit met het budget (inclusief alle modules), waar
ze volgens de huidige normering recht op hebben. Samen met vier andere
posten hebben ze extra financiering aangevraagd.
- Weer omvormen tot een
waarneemgroep. Het CTG/ZAio vindt eigenlijk, dat de huisartsen (in de HDS) op jaarbasis
"teveel" verdienen aan de ANW diensten (door de vele uren dienst). In de
begroting van 2005 wordt door DZDNO voor elk ingezet huisartsenuur (inclusief
autokosten, huisvestingskosten etc.) een bedrag opgenomen van €
25,85 per uur. Een huisarts van DZDNO "verdient" in 2005 gemiddeld na aftrek
van alle kosten netto € 7,96 per netto gewerkt ANW uur. Bij ongewijzigde
normering zal dit in 2009 gedaald zijn tot netto € 3.36 per netto gewerkt uur. CTG/Zaio schrijft niet rechtstreeks dat de huisartsen teveel verdienen, maar
stelt wel dat de huisartsen op jaarbasis veel uren maken en hierdoor het
door het CTG/ZAio vastgestelde
normbedrag per jaar overschrijden. Alsof de huisartsen uit zijn op de vele uren
dienst! Indien de huisartsen de ANW tarieven van huisartsen niet werkzaam in
een HDS gaan declareren komen ze (uitgaande van hetzelfde aantal
consulteenheden en hetzelfde aantal ANW uren dienst als in 2004) op een
bruto uurvergoeding van €
12,27 per huisarts. Na aftrek van alle
kosten (vervoer, automatisering, huisvesting,
AO verzekering etc.)
resteert
uiteindelijk een netto vergoeding van € 1.81 (één euro en één en tachtig eurocent) per
netto gewerkt uur.
Dit laatste bedrag is volgens de huisartsen
werkzaam in de HDS DZDNO geen basis voor continuïteit in de ANW
huisartsenzorg in het gebied van Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel.
De huisartsen, die op dit moment werkzaam zijn in dit gebied, zijn niet van
plan zich door het huidige overheidsbeleid te laten ontmoedigen en blijven
de zorg leveren, waar de mensen recht op hebben.
AUTO MET CHAUFFEUR MAG MEER KOSTEN DAN HUISARTS
MET AUTO
Ter vergelijking: Medi Expresse (www.medi-expresse.nl),
de 1e Dokters Nachtdienst Service (met laagste prijs garantie!) rekent voor
een Opel Astra met chauffeur een hoger bedrag per uur, dan
DZDNO in 2005 per uur in rekening brengt voor een huisarts (inclusief
auto, huisvesting, automatisering, telefoonkosten, management etc.!).
Grootschalige HDS-en, die zich dit soort uitgaven kunnen permitteren, wordt
door het CTG/ZAio geen strobreed in de weg gelegd.
Een overheid, die een huisarts met zijn
volle professionele verantwoordelijkheid voor dit soort (absurde) bedragen
paraat laat staan, neemt een grote verantwoordelijkheid op zich.
In
beide door het CTG/ZAio geopperde mogelijkheden is het aantal ingezette ANW
uren per huisarts gelijk aan het huidige. In de Beslissing op Bezwaar
noemt CTG/ZAio dit hoge aantal uren ondoelmatig, omdat het gebeurt in een
HDS en hierdoor gepaard gaat met hogere kosten. Hoe doelmatig is dezelfde
inzet aan uren in een grootschalige HDS?
Het CTG/Zaio laat zich niet beïnvloeden door de brief van de LHV (12
september 2005), waarin de LHV aangeeft het bezwaarschrift van DZDNO te
ondersteunen.
Het CTG/ZAio laat zich in haar
besluitvorming wel leiden door het standpunt van de VHN (Vereniging
Huisartsenposten Nederland), vertegenwoordiger van de HDS'en in Nederland,
die recent nog heeft aangegeven nog steeds in te stemmen met de
beleidsregels zoals die nu gelden voor kleine HDS'en.
CTG/ZAio vindt, dat als waarneemgroepen zich reorganiseren tot een
huisartsendienstenstructuur van gelijke omvang (wat bij DZDNO niet het geval
is!) er geen werkdrukverlaging wordt bereikt, terwijl de kosten wel
toenemen.
De HDS afdeling van de LHV (thans Vereniging Huisartsenposten Nederland,
kortheidshalve VHN genaamt) en ZN/KPZ hebben voorgesteld om de AMvB op dit
punt aan te passen zodat kleine HDS'en niet meer in aanmerking komen
voor HDS-financiering.
De VHN (Vereniging Huisartsenposten Nederland)
is tezamen met ZN/KPZ in overleg met het Ministerie van VWS om de AMvB per 1
januari 2006 aan te passen.
DZDNO heeft geen
idee wat hierin komt te staan. Op grond van de door het CTG/ZAio gegeven
opties zijn er in de toekomst waarschijnlijk nog twee mogelijkheden
voorhanden:
- Hele grote HDS-en, die de ANW zorg voor
minimaal enige honderd duizenden inwoners verzorgen.
- Waarneemgroepen, die de ANW zorg voor kleine
bevolkingsgroepen op zich nemen. Deze zullen vooral bij een relatief geringe
werkdruk, zoals op dunbevolkte platteland bij het huidige consulttarief
(voor huisartsen niet werkzaam in een HDS) te weinig inkomen genereren om
continuïteit te kunnen waarborgen en zullen in de loop van de tijd
waarschijnlijk steeds minder voorkomen.
-------------------------------------------------------
Normering huisartsendienstenstructuren
Vanaf 1 januari 2005 is de financiering van
huisartsendienstenstructuren gewijzigd ten voordele van
grootschalige huisartsenposten. De overheid wil op deze wijze kleinschalige
structuren zoals de DZDNO "stimuleren" op te gaan in grotere verbanden. De
consequentie zal zijn, dat de reisafstanden van patiënten naar
huisartsenposten fors zullen toenemen. Wat dit betekent voor het gebied in
Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel vindt u bij de items HDS DZDNO en
(lokale) politiek.
Elke huisartsendienstenstructuur (HDS) heeft vanaf 1 januari
2005 recht op een vaste vergoeding per inwoner (10 euro). Hier bovenop kunnen
HDS-en nog rechten doen gelden op een module platteland (maximaal 2.50 per
inwoner) en een module zorgconsumptie (maximaal 2 euro per inwoner). Van de
totale vergoeding wordt uiteindelijk 90 -110 procent beschikbaar gesteld. Dit is
de zogenaamde plusmodule.
Voor de plattelandsmodule
komt een HDS in aanmerking als een woonkern minder dan 70.000 inwoners heeft.
Het grootste deel van Nederland komt in meer of minder mate in aanmerking voor
de plattelandsmodule. Uitzonderingen zijn Amsterdam en Almere, deze hebben in
het geheel geen rechten geclaimd op de plattelandsmodule. De
HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel, werkzaam in een extreem dunbevolkt
gebied komt in de nieuwe normering echter niet
in aanmerking voor de module platteland.
Voor de module
zorgconsumptie komt een HDS in aanmerking als de HDS meer dan 14
verrichtingen in de avond- nacht- weekenddienst heeft per 100 inwoners. Tot een
maximum van 27 verrichtingen per 100 inwoners wordt een evenredig deel van 2
euro per inwoner beschikbaar gesteld. Voor meer verrichtingen wordt geen extra
bijdrage verstrekt. De HDS Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel, die veel
extra verrichtingen heeft door:
-
veel ouderen
-
veel vakantiegangers
-
weinig zelfverwijzers
tot een totaal van 27.5 per 100 inwoners,
komt in de nieuwe normering echter niet in aanmerking voor de
module zorgconsumptie
Ter illustratie een aantal voorbeelden om te
laten zien welke effecten de huidige normering heeft (uitgaande van 100 %
beschikbaar budget)
-
Amsterdam
(geen platteland, zorgconsumptie: 13), maximale budget per verrichting: € 76.92
-
Almere (geen platteland,
zorgconsumptie: 22), maximale budget per verrichting: € 51,54
-
Rijnmond (26 % platteland,
zorgconsumptie: 17), maximale budget per verrichting: € 66.29
-
Etten Leur (100 % platteland, zorgconsumptie: 26), maximale
budget per verrichting: € 55,80 .
-
Hoorn (100 % platteland, zorgconsumptie: 15), maximale budget
per verrichting: € 85.
-
Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel (100 % platteland,
zorgconsumptie: 27.5, geen module platteland en geen module zorgconsumptie),
maximale budget per verrichting: € 36,69
De huidige normering heeft tot gevolg
dat:
-
HDS-en in relatief dichtbevolkte gebieden toch nog gebruik
kunnen maken van (een deel van) de plattelandsmodule.
-
HDS-en met een relatief lage zorgconsumptie, door
bijvoorbeeld veel zelfverwijzers (naar spoedeisende hulp van een ziekenhuis)
een hoog budget per verrichting hebben.
-
HDS-en met een maximale plattelandsmodule en een lage
zorgconsumptie, een hoog tarief per verrichting in rekening kunnen brengen.
-
Kleinschalige HDS-en in extreem dunbevolkte gebieden met een
hoge zorgconsumptie (bijvoorbeeld door weinig zelfverwijzers en veel
vakantiegangers), een laag tarief per verrichting in rekening mogen brengen.
Mogelijk wordt in de nabije toekomst zelfs de totale financiering van de
kleinschalige huisartsenzorg buiten kantooruren stop gezet.
De beschikbaarheid, bereikbaarheid en de kwaliteit van de acute huisartsenzorg
komt hiermee in extreem dunbevolkte gebieden in toenemende mate onder druk te staan.
Dit is dan ook de reden, dat de HDS DZDNO bij verschillende
verantwoordelijke instanties aan de bel heeft getrokken om de nadelige effecten
van de huidige normering onder de aandacht te brengen.
22 februari 2005: bezoek aan VWS (Leo Kliphuis) samen met
wethouder Ruud Smeenk van de gemeente Westerveld. Duidelijk gemaakt, dat de
huidige normering niet in het belang is van een goede ANW-zorg in dunbevolkte
recreatiegebieden als Zuidwest Drenthe en Noordwest Overijssel.
23 februari 2005: bezoek van Peter Niesink van ZN aan ons gebied.
Na een rondrit door het Drents Friese Wold en een wandeling in Giethoorn was het
hem al snel duidelijk, dat een kwalitatief goede ANW zorg in ons gebied niet
vanuit Meppel aan te sturen is. Tevens gesprek van de heer Niesink met gemeente
Westerveld en "platform behoud kleinschalige huisartsenzorg"
22 maart 2005: gesprek met UMCG ambulancezorg (Tynaarlo) over
formalisering van de
intensieve samenwerking in de spoedeisende zorg tussen de RAV en DZDNO.
3 juni 2005: overleg met gemeente Westerveld, RAV, Diaconessenhuis
Meppel, CHD Drenthe en "platform behoud kleinschalige huisartsenzorg" over de
ANW zorg in ons gebied.
8 juni 2005: hoorzitting in Utrecht bij het CTG/ZAio over
bezwaarschrift tegen tariefbeschikking HDS (zonder platteland- en zorgmodule).
Aangeven, dat de huidige normering de kwaliteit van de geleverde ANW-zorg in dun
bevolkte recreatiegebieden op termijn fors onder druk zal zetten. Dat de huidige
kwaliteit op het gebied van beschikbaarheid en bereikbaarheid in ons gebied
alleen nog maar geleverd kan worden, doordat de huisartsen genoegen nemen met
een fors gereduceerde uurvergoeding. Dat in deze reductie wel een ondergrens
zit. Eind augustus wordt een uitspraak verwacht.
-----------------------------------------------------
Indien u een huisarts heeft in de plaatsen Diever, Dwingeloo, Vledder,
Frederiksoord, Havelte, Nijeveen ,Giethoorn of u verblijft als toerist in de
gemeente Westerveld, de plaatsen Nijeveen, Wanneperveen of Giethoorn, dan kunt u
overdag beroep doen op de huisartsenzorg in eerder genoemde plaatsen.
Buiten kantooruren (ANW diensten) is de vereniging DZDNO verantwoordelijk voor
de continuïteit van de dienstverlening in dit gebied.
In nauwe samenwerking met de huisartsen zorgt zij er voor, dat er ook in 2005 een goed
beschikbare en gemakkelijk bereikbare huisartsenzorg aanwezig is met de volgende
kenmerken
Continuïteit van zorg:
• 7 x 24 uur hetzelfde telefoonnummer voor (spoedeisende)
huisartsenzorg
• 7 x 24 uur een telefoonnummer waaraan geen extra kosten verbonden
zijn en
tevens toegankelijk is voor alle telefoontoestellen (0900 nummers:
kosten € 1.25
per minuut bij prepaid bellen)
• 7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij de intensieve
thuiszorg
• 7 x 24 uur zorgverlening door bekende huisartsen bij terminale
thuiszorg en
stervensbegeleiding
• directe toegang tot het Electronisch Medisch Dossier (EMD) van
bijna alle
patiënten, die tijdens de ANW dienst gezien worden, waardoor
correcte informatie
over ziektegeschiedenis
• directe verslaglegging in het EMD, waardoor goede overdracht naar
eigen huisarts
• bij het voorschrijven van medicatie, directe waarschuwing voor
contra-indicaties
en/of interacties
Goede beschikbaarheid, bereikbaarheid en herkenbaarheid:
• triage bijna altijd door dienstdoende huisarts
• grote beschikbaarheid van huisartsen, waardoor nauwelijks of geen
wachttijd
• snelle bereikbaarheid bij spoed
• 15 minuten criterium blijft in hoge mate gehandhaafd
• relatief korte afstanden van patiënt tot huisarts
• kleine reisafstanden geven vooral minder grote problemen voor de
relatieve grote
groep 65 +ers in dit gebied. Zij worden vooral getroffen door
de slechte openbaar
vervoervoorzieningen in de regio ZW Drenthe en NW Overijssel,
waardoor ze erg
afhankelijk zijn van derden.
• bekendheid van de huisarts met de locale situatie is vooral in de
water- en bosrijke
gebieden van groot belang in het geval van spoedeisende hulp
buitenshuis
• toeristen hebben medische zorg, betrekkelijk dicht bij hun camping
of
vakantiehuisje
• herkenbaarheid, meestal een bekende huisarts
• korte lijnen (weinige tussenpersonen), hooguit assistente en
huisarts

Apotheek dichtbij:
• directe afgifte van de voorgeschreven medicatie
• controle op mogelijke interacties met de eventueel al
gebruikte medicatie
en de in het EMD opgeslagen contra-indicaties (voor inwoners van dit
gebied)
• continue beschikbaarheid van meest betrouwbare medicatiehistorie
door
samenvoeging voorschrijf- en afleverhistorie in het EMD (voor
inwoners van
dit gebied)
Deskundige huisartsenzorg:
• voornamelijk door de gevestigde huisartsen met heel veel
praktijkervaring
• zelfstandige en snelle afhandeling door de huisarts van bijna alle
traumata en
andere spoedeisende gevallen
• hierdoor wordt onnodig en soms ongewenst ambulancevervoer
voorkomen
Juiste verwijzingen:
• de huisarts handelt de spoedgevallen af volgens de hiervoor
geldende (NHG)
standaarden.
• nauwelijks verwijzingen door de huisarts naar de Spoed Eisende
Hulp (SEH)
van het ziekenhuis, doordat er voldoende tijd is om de juiste
diagnostiek en
behandeling plaats te laten vinden.
------------------------------------------------------------------
Als het aan de huisartsen ligt, dan gaat bovenstaande
dienstverlening nog jaren door.
Zoals al eerder vermeld, is met ingang van 1 januari 2005 de regelgeving door
de overheid rondom huisartsendienstenstructuren zodanig veranderd, dat het voor
de kleinschalige structuren (zoals DZDNO) steeds moeilijker wordt om te kunnen
voortbestaan.
Mogelijk wordt in de nabije toekomst zelfs de totale financiering van de
kleinschalige huisartsenzorg buiten kantooruren stop gezet.
Wij vinden dit een zorgelijke ontwikkeling.
Voor een goed bereikbare en goed beschikbare huisartsenzorg hopen wij, dat DZDNO nog jaren blijft bestaan.
----------------------------------------------------------------
|